Boten

De meest opvallende figuren op de tekeningen (of eigenlijk graveringen) zijn de boten. Er is praktisch geen rotstekening in Bohuslän waar geen boten op te vinden zijn. Soms is het een enkele gebogen lijn, vaak ook zijn de vormen heel gecompliceerd. Er zijn kleine exemplaren en hele grote. De grootste boot van Bohuslän (in Torsbo) meet 4,5 meter. Meestal zijn het twee rechte of gebogen lijnen als kiel en reling. Rechtop staande gebogen lijnen, soms voorzien van spiralen of dieren¬koppen, zijn de boeg en achtersteven.
 

Kortere strepen kunnen de kiel en de reling verbinden. Vaak zijn er korte strepen op de reling die de manschappen voorstellen. Soms hebben deze manschappen een bolletje als hoofd. Masten en zeilen zijn er niet, de boten werden met peddels voortbewogen.
 

Vaak zijn er figuren op de boten. Mensen met wapens of een gebogen lijn die een lure (bronzen hoorn) voorstelt, dieren, een ronde schijf of cirkel als symbool van de zon of een boog waar men van denken kan dat het een soort hut is. Het komt voor dat een mens in een ruggelingse salto over de boot springt. Het is duidelijk dat de boot een belangrijke rol speelde in het leven van de mensen in de Bronstijd, waarschijnlijk was hij niet alleen vervoermiddel maar had hij ook een symbolische betekenis.
 

Alle afbeeldingen zijn beschermd door copyright © Tanums Hällristningsmuseum Underslös. Ze kunnen uitsluitend gebruikt worden na toestemming van de webbeheerder onder vermelding van © Tanums Hällristningsmuseum Underslös. Inlichtingen info

 

T 67. Enkele eenvoudige boten, deels verdwenen in de verwering

Deze “armada” op de rots van Aspeberget (T 12) is in een natuurlijke waterloop gemaakt. (te herkennen aan de donkere verkleuring van de rots). Links en rechts hiervan zijn ook een paar dubbellijnige boten.

 

Drie boten op de rots van Fossum (T 255). Ze varen naar rechts. De opstaande strepen stellen de opvarenden voor. Op de bovenste boot zijn vier luren te zien, grote bronzen hoorns. Meestal worden ze in paren afgebeeld.

T 406, Kalleby-Långemyr. Op de twee boten midden op de foto is goed te zien dat de mensen een peddel vasthouden. Er waren geen zeilen op de boten.

 

 

T 287, Ryland. Deze dubbellijnige boot met bemanningslijnen heeft zowel voor als achter versierde staven. De V-vormige lijnen van de kiel naar de steven zijn een duidelijke aanwijzing van de constructie

 

Op de frottage van dit bootje van Smörsten (T 197) zijn duidelijk mensen afgebeeld met lichaam, nek en hoofd. De boot is 41 cm.

 

Op T 247 in Kalleby zijn de mensen duidelijk afgebeeld in verschillende houdingen. Ze hebben een aantal attributen in de hand en één maakt een ruggelingse salto.

 

 

Nog een mooi voorbeeld van boten in een waterloop op T 62, Gerum. Let op de boot in het midden met de schitterende spiralen.

De spiraalboot van Gerum als nachtfoto.

 

 

Een rijk versierde boot uit de late Bronstijd op de grote rots van Bro (T 192). De paardenhoofden op kiel en achtersteven hebben wapperende manen. Er staat een grote man tussen de bemanningslijnen. Voor en achter zijn peddelaars te herkennen.

 

 

Boten hadden zeker ook een cultische of ceremoniële betekenis. Hier wordt er een met bemanning en al gedragen. (T 192, Bro)

 

 

In Sotetorp (T 357) wordt met een salto over de boot gesprongen.

 

 

In Lycke op rots T155 wordt gedanst.

Waarschijnlijk houden de mensen blaasinstrumenten

boven hun hoofd.

 

De boten hadden blijkbaar ook een roer,

hoewel dat niet vaak afgebeeld wordt.

Varlös, T 273.

 

Alle boten die hierboven te zien zijn stammen uit de Bronstijd. Duidelijk is er een verschil tussen voor- en achterkant te zien. In de IJzertijd (vanaf 500 v.C.) krijgen de boten een andere vorm. Voor- en achterkant zijn meestal niet te onderscheiden. Op de grote rots van Litsleby (T75) zijn een aantal ijzertijdboten afgebeeld. Uit die tijd stamt ook de Hjortspringboot die in Denemarken opgegraven is.

 

Reconstructie van de Hjortspringboot uit ca. 350 v. C. De boot is 13 meter lang en de crew bestaat uit 24 mensen.

 

Met toestemming van de auteur overgenomen uit: Flemming Kaul, Bronzealderens både, 1998.