Dieren

Er zijn veel dieren afgebeeld. Vaak zijn ze niet te identificeren, maar in veel gevallen is het duidelijk welk dier bedoeld is. Runderen met de ronde horens zijn onmiskenbaar. Het is ook duidelijk dat het een paard betreft als er een ruiter op zit zoals in Tegneby. De paarden hebben steeds een lange staart en meestal twee oren, soms is de mond geopend. Het komt een enkele keer voor dat het paard een zon achter zich aan trekt (Balken). Soms staat een dier voor een wagen of een ploeg. Voor de ploeg staat nooit een paard, want dit dier was een statussymbool en staat dus wel eens voor een wagen. De teugels zijn dan vaak over het dier heen getekend. Als begeleiders van bijv. boogschutters zien we ook veel honden. Er worden ook vogels afgebeeld, meestal lopend. Ze zitten wel eens op een boom, andere vogels hebben lange poten zoals kraanvogels of reigers, andere zijn klein en dik als een eend.
 

Hoewel de mensen zeker gevist zullen hebben zijn vissen bijna nooit te zien. Alleen bij Kville is een visserscène van twee mannen in een bootje met lijnen en haken en er zijn wat netten getekend, maar de vissen zelf ontbreken. Heel apart zijn de afbeeldingen van slangen, kronkelende lijnen, soms op een boot, soms los op de rots een man bedreigend zoals in Vitlycke.
 

Alle afbeeldingen zijn beschermd door copyright © Tanums Hällristningsmuseum Underslös. Ze kunnen uitsluitend gebruikt worden na toestemming van de webbeheerder onder vermelding van © Tanums Hällristningsmuseum Underslös. Inlichtingen info

Eén van de runderen op de grote rots van Aspeberget (T 12)

 

 

Ook op Fossum (T 255) staat een stier met grote horens.

 

Op Aspeberget (T 12) staat deze ploegscène. Twee runderen staan voor het boogeergetouw (een voorloper van de ploeg) met daar achter een gemaskerde man.

 

Dit paard op T 26, Aspeberget, is typisch voor de IJzertijd. De mond is open, alsof hij hinnikt, een lange staart en dunne benen.
Terwijl de tekeningen uit de Bronstijd met stenen uitgehakt zijn, zal dit dier met een ijzeren voorwerp gegraveerd zijn.

 

 

Eveneens uit de IJzertijd is deze ruiterscène van Tegneby, (T 72). De schilden van de ruiters zijn rechthoekig en ze worden hier gebruikt in een strijd. In de Bronstijd waren de schilden rond, de mensen waren vredelievender. Wapens hadden toen een meer ceremonieel karakter.

 

De wagen met paarden van Björneröd,

T 225, zijn in de Bronstijd over andere figuren getekend. Het perspectief werd in die tijd niet gebruikt, dus zowel de paarden als de wielen werden naar opzij neergeklapt.

 

Ook deze wagen op T 406 in Kalleby wordt door twee paarden getrokken. Het rechterwiel is in de verwering verdwenen. Waarschijnlijk is het een zonnewagen. (zie bij “de zon”)

 

 

Eén van de mooiste paarden in Bohuslän is wel dit zonnepaard van Balken, T 262.

 

De boeren uit de Bronstijd hebben in elk geval runderen gehad. De belangrijke mensen hadden ook paarden. We weten uit opgravingen dat ze ook schapen gehad hebben, maar die zijn niet afgebeeld. Wel zien we op de rots van Fossum (T 255) enkele varkens.

 

We zien ook vaak herten met prachtige geweien op de rotsen. Waarschijnlijk was het ook een “zonnedier”, waarbij het gewei de stralen van de zon symboliseerde.

(Fossum, T 255).

 

 

Deze hertenbok van Södra Ödsmål in de buurt van Kville heeft een schaalkuil op het gewei.

 

Het hertje van Balken, T 262, is niet veel groter dan 30 cm.

 

Of deze vreemde figuur op de rots van Vitlycke, T 1, echt een walvis is, laat ik hierbij in het midden.

 

In Torsbo, K 183, zijn een paar slangen op boten getekend.
 

 

Ook in Gerum op T 64 is een slang te zien.

 

Op de rots van Fossum, T 255, zijn enkele honden afgebeeld. Honden hebben altijd de staart omhoog. Ze werden gebruikt bij de jacht.

 

De drie vogels van Aspeberget, T 12. Ze zijn moeilijk te determineren. Het kunnen ganzen zijn.

 

 

Hoewel er in Bohuslän ook nu nog veel elanden zijn, heb ik ze niet kunnen vinden op rotstekeningen. Ik was echter blij verrast toen ik T 440 in Val kon documenteren en daar sporen vond die sterk aan de pootafdruk van de eland doen denken.

 

 

Deze dieren in Kallsängen worden geïnterpreteerd als wolven.