Mensen

Ook de afbeeldingen van mensen zijn zeer verschillend. De meest eenvoudige afbeelding zijn de manstrepen op de boten. Vaak zijn ze geslachtsloos. De mannen zijn meestal duidelijk herkenbaar aan een wapen (bijl, zwaard, boog of speer) en hun fallus. Vrouwen hebben geen wapen en worden gekarakteriseerd door hun haardracht (paardenstaart). De lichamen kunnen een enkele lijn zijn, soms ook een cirkel (misschien is dit een schild) of zijn geheel rechthoekig. Vaak hebben ze lange benen en merkwaardig dikke kuiten en kleine voeten. Ook zien we vaak helmen met horens of puntmutsen en/of hebben ze een (vogel)¬masker, soms zelfs vleugels (Kallsängen). De meeste mensen staan, een enkele knielt, ligt of is omgekeerd afgebeeld. Interessant zijn de voltigeurs, mensen die een ruggelingse salto over een boot maken. Veel mensen zijn met opgeheven armen afgebeeld, soms ook met grote handen en uitgespreide vingers.
 

Alle afbeeldingen zijn beschermd door copyright © Tanums Hällristningsmuseum Underslös. Ze kunnen uitsluitend gebruikt worden na toestemming van de webbeheerder onder vermelding van © Tanums Hällristningsmuseum Underslös. Inlichtingen info

 

Dit mannetje in Bro (T 192) is net iets groter dan mijn ballpoint.

De geweldige reus met de speer van Litsleby is 2,23 m. Hij is in de IJzertijd over oudere boten uit de Bronstijd gegraveerd. Hij is uitgesproken fallisch (een vruchtbaarheids symbool) en heeft dikke kuiten, zoals die vaak te zien zijn in Bohuslän.

 

Drie mannen van Fossum (T 255). Alle drie zijn ze fallisch en hebben een zwaard. Twee dragen een ceremoniële bronsbijl. De grote neuzen zie je vaak. Het zijn maskers met een vogelsnavel.

 

 

Ook deze mannen van Aspeberget (T 12) dragen bijlen, ditmaal van steen. Ook in de Bronstijd werden stenen voorwerpen gebruikt. De vogelmaskers duiden op een ceremonie. Hun lichamen zijn rond met een kruis erin. Dit zonnesymbool kan erop duiden dat het zonnepriesters zijn, maar het kunnen ook schilden zijn.

 

Deze man op Varlös (T 273) heeft een zwaard en een pijl en boog.

De foto is een tijdopname die ’s nachts met een zaklantaarn belicht is.

 

 

De drie lurespelers van Kalleby-Hagarna (T 248) zijn over oudere boten gegraveerd. De lichamen zijn rechthoekig, zoals bijna alle mensen op deze rots. Ze blazen op de lure en hebben daarbij maskers met horens op hun hoofd.

 

 

De drie mannen op Kallsängen hebben behalve vogelsnavels ook vleugels. We kunnen aannemen dat het sjamanen zijn die “naar de zon” kunnen vliegen, om de zonnegod te vragen hoe ze op aarde moeten handelen. Het is natuurlijk maar een veronderstelling.

 

Deze geslachtsloze mensenfiguur heeft vier grote vingers. Extra groot betekent altijd dat daar de aandacht op gevestigd moet worden. Het wordt wel de kalenderman genoemd. De vier vingers zijn de vier weken. Hij houdt 4x7=28 balletjes (schaalkuiltjes) boven zich. De week had toen dus ook 7 dagen. Er boven is de 29e, zodat de maanmaand vol is. Hij “voetbalt” met de 30e, zodat de maand toch 30 dagen heeft.

 

 

Meestal zijn de afbeeldingen van mensen vrij statisch. De stokdansers van Fossum (T255) tonen echter duidelijk beweging.

 

Dit mens in Jörlov maakt duidelijk een sprong.

 

 

Ook de dansende sjamaan van Smörsten

( T 198) is duidelijk in beweging.
Hij houdt beide handen opgeheven. Wij noemen dit de adorantenhouding. Hij aanbidt dus iets.

 

 

Vrouwen worden niet veel afgebeeld. Ze zijn herkenbaar aan de paardenstaart, blijkbaar de haardracht in de Bronstijd.
Fossum, T 255.

 

De vrouw van Vitlycke (T 1) knielt bij haar overleden echtgenoot.

Dit stokdansende vrouwtje met een masker ligt in het bos, niet ver van museum Underslös. (T 274)

 

Op T 273, Varlös is dit huwelijk te vinden. De man heeft een zwaard. Beide mensen zijn gemaskerd. De vrouw legt haar hand op de schouder van de man. Het betreft hier zeker een vruchtbaarheids­ritueel.