WERKWEEK 2006
De werkweek in Tanums Hällristningsmuseum Underslös 2006 was van 22 tot 29 juli, zoals altijd de laatste week van juli. Het was weer een zeer internationaal gezelschap van 20 mensen, 4 Zweden, 2 Noren, 7 Denen, 3 Duitsers, 3 Nederlanders en 1 Amerikaan. De voertaal is de laatste jaren Engels, maar in de praktijk praat je alles door elkaar, met het gevolg dat het een zeer Europees gekoeterwaal is.
De week begint altijd met een traditionele streekmaaltijd op zaterdagavond: aardappelen, gemengde sla en “Inlagd sill”, zout-zuur-zoete haring. Erg lekker! Daarna knäckebröd met kaas en koffie. Iedereen stelt zich voor en er wordt een algemene info gegeven over de gang van zaken.
’s Avonds is er een eerste nachtexcursie naar een bijzondere rots, waar je de weg naar toe moet weten, anders vind je hem nooit. In het strijklicht van de zaklantaarn is zo’n rots een geweldige ervaring. Overdag zie je bijna niets, nu komt alles als bij toverslag tevoorschijn..
Zondag begonnen we met een lezing van Gerhard Milstreu, een introductie over de rotstekeningen en daarna een uitleg over het documenteren. ’s Middags maakten we kennis met enkele van de grote panelen in de buurt en we kregen een demonstratie hoe er gefrotteerd en ingeschilderd moet worden. (Zie bij “Publicaties” het artikel “Verwering en documentatie”).
Andere vaste sprekers zijn Ulf Bertilsson, die ons jaarlijks bijpraat over de projecten en activiteiten die op nationaal en internationaal niveau plaatsvinden rondom de rotstekeningen. En natuurlijk Jarl Nordbladh, die meestal wat dieper ingaat op de manier waarop men de prehistorische overblijfselen door de eeuwen heen heeft gedocumenteerd en gepresenteerd. De derde lezing werd verzorgd door Joakim Goldhahn. Hij legt de laatste hand aan een proefschrift over het vele kwarts dat vaak in de scheuren van de rotsen met tekeningen wordt gevonden. De bevindingen zijn zeer interessant en werpt een heel nieuw licht op de cultische activiteiten die ongetwijfeld rondom de rotsen hebben plaatsgevonden. Tenslotte heeft Flemming Kaul ons geïnformeerd over de opgravingen bij een aantal rotsen op Bornholm, waarbij een aantal interessante vondsten zijn gedaan.

Frotteren van T365.

 

Er werden kleine groepen van 4 of 5 mensen samengesteld, die een paar rotsen toegewezen kregen, die de komende week gedocumenteerd moesten worden. Mijn groep be¬stond uit twee Duitsers en een Deense. We besloten dus onder elkaar maar Duits te spreken, want dat verstond iedereen.
Als eerste moesten we naar Trättelanda, een flink stuk naar het zuiden. Er zijn daar een aantal rotsen die dit jaar op het pro¬gramma stonden. Wij kregen T 365 en een paar kleine rotsjes daar vlak bij. Zondagavond bezochten we de rots en konden hem met de zaklantaarn bekijken.
 

 

 

De figuren die we zo vonden, hebben we met krijt gemarkeerd. Vanaf maandag hebben we de rots, na een grondige schoonmaak, gefrotteerd en daarna ingeschilderd.
Gelukkig zaten we min of meer onder de bomen, want het was ook voor Zweedse begrippen erg warm. Het speet ons dat het niet te voorkomen was dat er toch heel wat zweetdruppels op de rots terecht kwamen. Het is een bekende rots, maar we vonden er toch een aantal figuren op die anders waren dan op oude afbeeldingen.
 

Inschilderen.
 

 

 

Zo ontdekten we dat één van de mensenfiguren niet gewoon staat, maar dat hij aan het dansen is. De opvallendste figuur is het grote net met een hoofd en twee armen. Ik beschreef de figuur in het artikel “De zon op de rotsen”.


Het dansende mannetje.

 

 

 


De andere drie groepen waren ook in het gebied van Trättelanda aan het werk. De groep van Ellen was bezig op T 863, een rots tegen een steile wand, wat het frotteren er niet makkelijker op maakte.




Frotteren tegen de steile wand van T 863.
 

 

 

 

Die arme Anette heeft met haar groep de hele week in de felle zon T 368 gedocumenteerd, waar ze achter op de rots een schitterende nieuwe boot vond.



De documentatiegroep van T368.

 

 

 

De groep van Stefan heeft de hele week op T 367 gewerkt, een grote rots, ook tegen een steile wand, met heel veel figuren. Ze zijn eerst heel lang bezig geweest om de rots schoon te maken, want hij was volledig dichtgegroeid met mos.




Schoonmaken van T 367.
 

 

 

Maar daarna was het resultaat zeer spectaculair. Veel boten en mensen en een prachtig zonnerad.





Een klein deel van T 367.

 

 

 

 

De groepen van Ellen en van mij waren klaar in Trättelanda en zijn toen naar Krokholmen gegaan om een begin te maken met de documentatie aldaar. We hadden in mei al veel gevonden dankzij veel uitgraaf¬werk. De panelen lagen toen onder een dikke laag bosgrond, alleen hier en daar waren stukjes rots zicht¬baar. Mijn groep documenteerde twee kleine panelen met boten, Ellens groep wierp zich op T 173, waar ze ook nu weer nog flink wat moesten uitgraven. Dat doe je dan als je een steven van een boot vindt en de rest onder de aarde verdwijnt.
 


T 173.
 

 


Even nog speciale aandacht voor de oudste deelnemer aan de werkweek: de 86 jarige Erik Christensen, die zich ook weer aangemeld heeft voor de werkweek van 2007.







Dat heeft Erik toch weer mooi voor elkaar gekregen.
 

 

Vrijdag rond het middaguur moesten we stoppen met werken op de rotsen, want ’s avonds werd de hele buurt uitgenodigd voor het jaarfeest. We zorgden voor een goede maaltijd, waarna er tot in de kleine uurtjes gevierd werd dat we met zijn allen niet alleen goed werk verrichten voor het werelderfgoed van de rotstekeningen, maar ook dankbaar zijn dat we dit alleen kunnen doen dankzij een goede verstandhouding met de bewoners van de streek.

 


De gasten stromen de tuin in voor het jaarfeest.
 

 

De zaterdagochtend gaan we altijd langs alle rotsen die gedocumenteerd zijn en kunnen dan de unieke foto’s maken van rotsen die na de eerstvolgende regenbui niet meer zichtbaar zijn. Ze zijn immers alleen met kalk ingeschilderd. De afsluiting van de week is dan in het veld bij één van de rotsen. Het afscheid valt altijd zwaar na zo’n week van gemeenschappelijk werken. We hebben vaak het gevoel dat er een virtueel elastiek is, waarmee we vastzitten aan het museum. Velen komen dus ieder jaar weer terug.

De werkweken zijn steeds in de laatste week van juli en zijn toegankelijk voor iedereen die meer van de rotstekeningen wil weten dan de gewone toerist. Voorkennis is niet nodig, alleen enthousiasme en werklust. Wie meer wil weten klikt op dit info.