WERKWEEK 2008
   Er waren heel veel aanmeldingen voor de werkweek: 32 deelnemers, waarvan 15 Nederlanders! De zomer van 2008 staat bekend als slecht. Veel regen en wind en lage temperaturen. De dagen voor week 30 waren ook in Zweden niet aangenaam. De weersverwachtingen werden in Museum Underslös dan ook met stijgende spanning gevolgd en van commentaar voorzien. Ze hadden het niet altijd bij het juiste eind als er weer regenwolken in de krant stonden en we hoopten dat ze wel gelijk hadden als er een zonnetje verwacht werd. De traditionele maaltijd op zaterdagavond met haring, aardappelen en knäckebröd met kaas moest in de museumzaal genuttigd worden want het was buiten te nat. Tijdens de kennismaking ontstond steeds meer hilariteit over wiens schuld het was dat er zoveel Nederlanders waren. Het bezoek aan de rots van Kalleby-Hagarna verliep die avond onder redelijk droge omstandigheden. Het is altijd weer fascinerend om de figuren te zien verschijnen bij het licht van de schijnwerper. 
   Na de inleiding, instructies en de bezoeken aan enkele ingeschilderde rotsen konden de groepen zondagavond warempel hun deels droog geworden rotsen met de schijnwerper of zaklantarens gaan onderzoeken. Er waren zes groepen van 5 of 6 mensen gemaakt, waarvan er drie op de grote panelen van Lövåsen gingen werken, twee groepen gingen naar rotsen in dezelfde buurt en groep 6 ging naar Finntorp. We hadden de rotsen in mei al goed schoongemaakt, zodat er nu alleen wat veegwerk nodig was. De figuren werden gemarkeerd met een krijtje, zodat we de volgende dag de indeling voor de frottages konden bepalen.

 

Werk op Lövåsen.
(Foto Heleen de Jong)
 

Het weer hield zich goed. Het werd zelfs heel warm. 28 – 30 graden is voor Zweden uitzonderlijk, maar ideaal om natte rotsen te laten drogen. De zweetdruppels die op de rotsen vielen moesten we op de koop toe nemen, als ze maar niet op de frottages vielen, want dan veroorzaken ze nare vlekken. Het werk op de grote panelen van Lövåsen was spectaculair. De rotsen zijn steil, zodat de mensen op ladders moesten staan en steun moesten zoeken aan de touwen die aan de bomen boven de rots waren bevestigd.

Frotteren en inschilderen ging dus gepaard met enige acrobatiek. Maar de resultaten waren mooi. Ook voor de kenners was het bijzonder de figuren eindelijk ook eens ingeschilderd te kunnen zien. Natuurlijk werden zelfs hier enkele nieuwe vondsten gedaan, zoals de puntjes boven de boot op T 325. Blijkbaar begon men in de Bronstijd een gravure op deze manier. De figuur is toen niet afgemaakt. De foto’s van de ingeschilderde panelen werden met behulp van een hoogwerker gemaakt.

De grote boot op een steile wand van Lövåsen
 

                      

 

 

De zogenaamde “tovenaar” van Lövåsen.

 

    Groep 4 kreeg een paar kleinere rotsen toegewezen, te beginnen met T 335 in Kyrkoryk. De rots ligt in het open veld, in het zicht van Lövåsen. De groep had niet alleen de felle zon te verduren, maar ook de wind was lastig. Alles wat gewicht had moest op de frottages gelegd worden zodat ze op hun plaats bleven. Opvallend zijn de voetstappen op de rots, alsof er iemand overheen gelopen had. Een rij afwisselend linker en rechter voeten met precies dezelfde maat.
 

 

T 335

 

    Deze groep documenteerde ook T 320 en 317:3 en 317:1. De laatste heeft een mooi paard uit de IJzertijd waarbij de benen van de ruiter te zien zijn.

 


     Groep 5 documenteerde T 330, een grotere en ingewikkelde rots. In een net is een mensenfiguur te zien. Op één van de twee boten met lures zijn ook twee ronde schijven die door mensen vastgehouden worden. Zijn het zonnen of misschien toch trommels?

Figuren op T 330

 

 

 

 

   

 

 

   Groep 6 werkte in een heel ander gebied van het werelderfgoed van Tanum. Ze mochten de prachtige rots T 184 in Finntorp documenteren. De rots met de 503 schaalkuiltjes, waarvan er precies 100 in het grote cirkelkruis zitten. Op deze plek is ook een minilandschap te zien, waarbij aan beide zijden van een mooie, natuurlijke waterloop een boot staat. De ene heeft adoranten aan boord, de andere heeft een mooie spiraalvormige steven.

 

 

 

T 184 in Finntorp. (Foto’s Ellen Meijer)
 

 

    De werkweek heeft niet alleen tot doel om met veel man- en vrouwkracht een groot aantal rotsen te documenteren, maar ook om deze mensen op te leiden in dit werk. Achtergrondinformatie is dus ook nodig. Lezingen over de rotstekeningen zijn hierbij van groot belang. Dit jaar kregen we die van Gerhard Milstreu, Ulf Bertilsson, Jarl Nordbladh, Flemming Kaul en Johan Ling, die in mei zijn doctorstitel behaald heeft met zijn uitvoerig onderzoek naar de strandlijn in de Bronstijd en de daaraan gekoppelde chronologie van de boten. De uitkomst van zijn onderzoek komt verrassend goed overeen met de door Kaul voorgestelde chronologie. Kaul was dan ook de opponent van Johan Ling bij zijn mondelinge afhandeling. Dit hebben ze in verkorte versie herhaald tijdens de werkweek, wat een interessante discussie opleverde.
Het jaarfeest op vrijdagavond en het bezoek aan de gedocumenteerde rotsen op zaterdagochtend konden we in de volle zonneschijn laten plaatsvinden.
Het was een fantastische week en, ja heus, er hebben zich nu al mensen aangemeld voor volgend jaar! Heeft u ook interesse? Voor vrijblijvende informatie kunt u terecht op info.

 

    Med vänlig hälsning!
    Jurri Jurriaanse