Zweden

    Als wij naar Bohuslän aan de westkust van Zweden reizen, gaan we tegenwoordig meestal met de boot van Stena Line van Kiel naar Göteborg. Die vaart ’s avonds om half 8 uit Kiel en is ’s morgens om 9 uur in Göteborg. Het scheelt 600 km minder rijden, op de boot heb je je hut en er zijn restaurants. Anders zou je toch onderweg ergens moeten overnachten en nu reis je terwijl je ligt te slapen. Een andere mogelijkheid is om de “vogelvluchtroute” te rijden. Met de boot van Puttgarden naar Rødby in Denemarken, langs Kopenhagen naar Hälsingør en daar met de boot over naar Hälsingborg in Zweden. Het is een lange reis en heeft zin als je bijv. Kopenhagen wil bezoeken. Even lang en even duur is het om op het vaste land van Denemarken te blijven en over Jutland naar Frederikshaven te rijden (van Amsterdam ± 1000 km). Daar zijn een paar boten per dag naar Göteborg. Een ander alternatief is de route over de bruggen. De tol is net zo duur als de overtochten per boot, het zijn wel meer kilometers, maar het voordeel is dat je nergens op een boot hoeft te wachten.

 

 

Luchtfoto van de scherenkust bij Fjällbacka.

 

 

Zweden is een prachtig land, van zuid naar noord ruim 1500 km lang, van oost naar west op zijn breedst slechts 500 km met nog geen 9 miljoen inwoners. De meeste mensen wonen in de drie grote steden Stockholm, Göteborg en Malmö. Buiten die steden is het dun bevolkt. Het best kennen wij onze vaste stek Bohuslän, tussen Göteborg en de Noorse grens zuidelijk van Oslo. Het meest bekende van deze streek is de scherenkust.

Deze is beslist uniek met zijn inhammen, kreken en duizenden eilanden. De eilanden zijn kaal en bestaan uit gladgeslepen granietrotsen. De wateren zijn nog steeds visrijk, hoewel sommige soorten, zoals kabeljauw, grotendeels verdwenen zijn. Vroeger was er ook veel haring, maar die is al lang geleden weggevangen. Langs de kust zijn veel pittoreske vissersdorpen, waarvan sommige in de zomer veel toeristen krijgen. Het is een geliefd watersportgebied, vooral voor zeilers. Er is bijna geen eb en vloed en dus ook nauwelijks stroming. Het enige waar je bij het varen op moet letten zijn de vele rotsen, die soms net onder het oppervlak liggen.

Dit rotsje ligt net niet onder het oppervlak en wordt gebruikt door zeehonden.

Natuurlijk zijn er ook iets meer in het binnenland mooie streken. De Kynnefjäll is een van de zuidelijkste fjellen, waar ook de Bohusleden doorheen loopt, een gemarkeerd lange afstand pad van 360 km, verdeeld in vele kleinere etappes. De bossen worden bewoond door veel wild: hert, ree, eland, das, vos en tegenwoordig zijn er zelfs een paar wolven gezien.

Je kunt wild tegenkomen op een wandeling, maar de beste manier om elanden te zien is, door tegen de avondschemering langzaam met de auto langs binnenwegen te rijden. Alle dieren verstoppen zich als ze mensen zien of ruiken, maar een auto herkennen ze niet als een gevaar. De Zweden zelf gaan alleen de bossen in als ze bessen (bosbes, framboos, vossenbes) of paddenstoelen willen plukken.

 

Elandstier in een haverveld.

En dan heeft Bohuslän nog zijn grote concentratie rotstekeningen. Zie elders op deze website. Ook in de oudheid zal deze streek bewoond zijn geweest. Het waren ook toen boeren want de bodem is zeer vruchtbaar. Toen hebben de mensen ook gevist, op dezelfde manier als nu en de jacht was toen ook belangrijk voor de voedselvoorziening. Er zijn nu maar weinig boeren die niet in de herfst op elandenjacht gaan.

 

 

Dit is een 3000 jaar oude rotstekening. Zo zitten wij nog vaak te vissen: liggend aan het anker en met een lijn waaraan een haak met aas is bevestigd.
 


Vanuit onze stek in Bohuslän hebben we enkele mooie tochten gemaakt door Zweden en Noorwegen. Een indruk hiervan vindt u op de volgende pagina’s.
 

Trondheim

Dalarna

Vadstena

Alta

Hurtigruten